






 |
Dressuuroefeningen bron
wikipedia

Training
Een paard is niet in eerste
instantie gebouwd om een mens te dragen en de eerste
opdracht voor een ruiter is dan ook: 'niet je paard in
de weg zitten'. Als dat gaat lukken, wordt het: 'maak
het je paard makkelijker om jou te dragen'. Dat wil
zeggen: dat het paard zijn achterbenen verder onder de
massa brengt. Dat zie je aan de ruimere passen, maar
er hoort ook bij, dat de buikspieren actief zijn en
het bekken kantelt. Hierdoor komt het zwaartepunt van
paard wat naar achter en gaat meer samenvallen met het
zwaartepunt van de ruiter. Bij een jong paard of een
onervaren ruiter ligt dat zwaartepunt ongemakkelijk
dicht bij de voorbenen. Een paard kan daardoor
moeilijk wenden of van tempo veranderen. Soms wordt
dat ten onrechte aangemerkt als 'ongehoorzaamheid',
maar het dier kan er eigenlijk weinig aan doen.
Naarmate een paard de achterbenen meer onder de massa
brengt, wordt ook de bovenzijde van het paard wat
boller. Dat voelt prettiger aan (zowel voor de ruiter
als het paard) en de hals gaat een soort kwart cirkel
(de 'krul') vormen.
[bewerken]
Doelstellingen
- takt: het paard moet lopen met
gestage ritmische bewegingen
- ontspanning: het paard mag niet gespannen zijn
in de rug, de hals, de mond of met zijn staart
- impuls: het paard moet voldoende voorwaartse
drang vertonen en liefst 'swingen'
- rechtrichten: het paard mag niet scheef lopen
met zijn lichaam, hals of met zijn nek ('stelling').
- verzameling: het paard moet zijn achterbenen
voldoende onder de massa brengen, de graad van de
verzameling hangt af van de scholing van het paard
en de graad van africhting.
In feite moet men deze 5 doelstellingen steeds
tegelijkertijd nastreven. Een paard dat 'sloft'
zondigt tegen de vierde doelstelling (te weinig
impuls), maar van een correct ritme zal zelden sprake
zijn en ontspanning kan dus ook niet bereikt worden.
Verzameling wil in feite zeggen, dat een paard kan
'spelen' met het eigen zwaartepunt en dat van de
ruiter. Dat wil zeggen: de overgangen verlopen
vloeiend. Bij een overgang naar een snellere gang zet
het dier zich af omhoog, bij een overgang naar een
langzamer gang vangt het dier (in meerdere of mindere
mate) zichzelf en de ruiter op op de achterbenen. Het
dier moet dit 'even doorkrijgen' zodra het bereden
wordt - van nature doet een paard niet anders. Daarna
is het een tijdlang nodig om het te bevestigen en de
spieren hiervoor te trainen. Dit komt zowel de
ontspanning als de tact en de impuls zeer ten goede.
(Ook het humeur, de gezondheid en uiteindelijk de
levensduur van het paard, trouwens).
Als er geen ontspanning is (omdat een paard bang
is, de hulpen niet snapt of bijv. sloft) zal een paard
bijv. kleine, snelle vluchterige passen maken (geen
mooi ritme), kan een paard geen aanleuning nemen en
van rechtrichten en verzamelen komt ook weinig
terecht.
Als een paard loopt met stelling naar rechts en een
gebogen hals naar links, is het dier niet 'recht'.
(Uiteraard: lengtebuiging gaat over buigen, maar we
willen dan graag dat het hele paard gelijkmatig buigt.
Bij stelling rechts bij buiging naar links klopt er
iets niet.) Denkbaar heeft de ruiter geen fijn
teugelcontact of is zelf scheef. Waarschijnlijk loopt
het paard op de voorhand wat noch de tact noch de
impuls ten goede komt, vaak is het ook een gevolg van
een gebrek aan ontspanning. Loopt het dier op een
rechte lijn, is het de bedoeling dat de achterhoeven
het spoor van de voorhoeven volgen. In een manege is
dit lastig 'op de hoefslag', langs de wand van de
manege. Een paard is nl. van achteren breder dan van
voren en het dier loopt graag met zijn hele lichaam
langs de wand - gevolg: de binnen voorhoef blijft meer
naar buiten dan de binnen achterhoef. Het paard loopt
scheef met de achterhand naar binnen.

Aanleuning
We
spreken van een goede aanleuning als een paard
constant aan de teugel loop, zich ontspant en de
achterhand correct gebruikt. De juiste aanleuning
bereikt u door een goede weerstand biedende hand, die
het contact met het paard opvangt zonder aan de
teugels te trekken.
Het
verzamelen en uitstrekken
:
In
verzameling wordt verwacht van het paard dat het zich
uiterst licht en levendig, gehoorzaam en kalm in
volmaakte harmonie met zijn ruiter beweegt. Zijn
achterbenen onderhouden steeds voldoende drang naar
voren.
Tijdens het uitstrekken verlengt het paard zijn passen
tot het uiterste. Hij moet daarbij kalm blijven en
licht in de hand. Hoofd en hals moeten daarbij iets
dalen en langer worden, zodat zijn passen langer
worden en de achtervoeten in stap en draf duidelijk
overtreden. De voorhand moet licht blijven en de
bewegingen niet overhaast.
Rijden van wendingen
Tijdens
het rijden van een wending, is het paard gesteld. Het
kijkt in de richting waar het heengaat en is gebogen
volgens het verloop van de boog die het maakt. Een
voorbeeld van het rijden van een wending is een
volte.
Om een correcte volte te kunnen rijden moet het paard
gesteld zijn. De achterhand moet op de volte de
hoefslag van de voorhand volgen. Ook de ruiter kijkt
altijd in de richting waarheen hij gaat en door de
binnenzijde van zijn lichaam langer te maken, brengt
hij zijn gewicht over op de binnenzitbeenknobbel. Met
de binnenkuit drijft hij om het tempo te onderhouden
en te voorkomen dat het paard niet naar binnen valt.
De achterhand mag niet naar buiten zwaaien, daarom
ligt de buitenkuit iets naar achteren, waardoor het
paard op de volte gebogen blijft. De ruiter houdt de
handen iets naar voren en naar binnen, maar de
buitenhand mag nooit over de manenkam komen. Rijd
nooit meer dan twee tot drie maal achtereen dezelfde
voet, wissel deze oefening af door recht voorwaarts te
rijden en daarna dezelfde oefening op de andere hand
te herhalen...
Recht
voorwaarts gaan
Ieder paard wil van
nature een beetje scheef lopen omdat het en hollere en
een bollere zijde heeft. Om recht voorwaarts te gaan
moeten ten eerste de teugels gelijk gespannen zijn.
Bovendien moet de impuls (voorwaartse drang) goed
onderhouden worden. Meestal zal het paard aan de bolle
zijde de ruiter meer gewicht in de teugels geven,
daarom dient de ruiter aan die kant meer aan te
drijven zodat het paard rechter gaat lopen.
Zoek je een
Ruitersport Artikel met 24 uurs levering?
Tot
70% Voordeel ? Klik Hier
Halthouden
Wanneer
een paard correct halthoudt staat het vierkant stil.
Het gewicht rust op alle vier de benen. De ruiter
werkt met zijn zit en benen in, waardoor het gewicht
van zijn rijdier naar de achterhand wordt verplaatst,
Het paard wordt hierbij tegen een steeds meer
opvangende teugel gedreven, waarbij de handen soepel
blijven. Het paard moet onmiddellijk reageren, maar
mag nooit abrupt gestopt worden. In stilstand kauwt
het paard zachtjes op het
bit
en is bereid onmiddellijk voorwaarts of achterwaarts
te gaan.
Het halthouden
:
Bij een
correcte hele ophouding staat het paard vierkant stil,
het gewicht op alle vier benen en kauwt zachtjes op
het bit, bereid onmiddelijk voorwaarts en achterwaarts
te gaan.
Achterwaarts gaan
Het
achterwaarts gaan is een beweging die elk paard van
nature al onder de knie heeft. Paarden gaan echter
niet graag achterwaarts gaan voor anderen. Een paard
dat voor een ander achteruit wijkt laat namelijk zien
dat hij lager in de rang staat. Het op verzoek
achterwaarts stappen voor de mens is daardoor in feite
een teken dat het paard de trainer als gelijke of
leider geaccepteerd heeft. Het is echter niet alleen
een oefening die de dominantieverhoudingen bevestigt.
Goed achterwaarts gaan laat het paard zijn achterhand
diep onder het lichaam brengen en heeft zo een
duidelijk gymnastische waarde. Ook wordt door deze
beweging het lichaam voorbereid op de achterwaartse
gewichtsverschuivingen die bij het compliment, de
buiging en het knielen worden gevraagd.
Het
achterwaarts gaan
:
Bij het achterwaarts gaan brengt
het paard de benen diagonaalsgewijs achteruit. Daarbij
moet hij de voeten optillen. Hij mag niet tegen de
hand ingaan en moet recht achteruit treden.Vraag de
eerste paar keren niet meer dan 1 of 2 passen
achterwaarts. Vraag het achterwaarts treden niet te
vaak of te lang achtereen; het is een voor het paard
tegennatuurlijke beweging - enkele passen in iedere
les is voldoende. Na deze oefening rijdt u voorwaarts
in stap aan lichte teugel. Het paard moet steeds aan
het bit blijven.
De hulpen voor het achterwaarts gaan : U drukt
met beide kuiten het paard tegen een licht
weerstandbiedende hand aan. Terwijl het paard
achterwaarts gaan, geven de handen een lichte
aanhouding. Na enkele passen vraagt u het halthouden
en na enkele seconden gaat u voorwaarts treden.
De schakel :
Wanneer de africhting van het paard meer gevorderd is
kan het aansluitend achterwaarts, voorwaarts en weer
achterwaarts gaan beoefend worden. De benen moeten
diagonaalsgewijs achterwaarts treden en mogen nimmer
intussen vierkant worden neergezet.
Training
Het
achterwaarts kan aan de hand op verschillende manieren
aangeleerd worden, waarbij de ene methode niet per
definitie beter is dan de andere. Alle onderstaande
methodes lokken op de een of andere manier het
achterwaarts met hulpmiddelen of hulpgrepen uit. Het
is echter belangrijk dat je als
vrijheidsdressuurtrainer niet in dit stadium blijft
hangen: Het doel van de oefening is dat je paard op
een stemhulp of je lichaamshouding meteen achterwaarts
stapt zonder dat er sprake is van verdere
ondersteuning. Pas dan is de oefening afgerond en kun
je verantwoord verder gaan met de echte
vrijheidsdressuur.
in
een gang
Van
hindernisbalken of andere materialen bouw je een
smalle doorgang die aan drie zijdes afgesloten is.
Achterstevoren lopend in de eerste leidpositie ga je
hem hierin voor en laat hem halthouden als hij geheel
in de gang staat. Het paard kan niet voorwaarts of
zijwaarts weg en zal op een gegeven moment zelf
beseffen dat de enige weg uit de gang de weg terug is.
Tijdens dit leerproces blijf je als trainer volkomen
passief en probeert het achterwaarts niet op de een of
andere manier uit te lokken. Het paard mag dus stil
blijven staan tot hij zelf besluit om een pas
achterwaarts te zetten. Dit initiatief wordt rijkelijk
beloond en het paard zal al snel tot de conclusie
komen dat achterwaarts stappen de bedoeling is. Omdat
je direct tijdens de eerste pas achterwaarts een stap
richting het paard zet en een stemhulp geeft
(bijvoorbeeld 'terug') worden dit al snel als hulpen
voor het achterwaarts gezien. Het oefenen in de gang
kan enkele malen herhaald worden tot het paard
doorheeft dat hij achterwaarts moet stappen als je in
zijn richting stapt en 'terug' zegt. Vervolgens wordt
deze oefening enkele trainingssessies in de buurt van
de gang geoefend als geheugensteun voor het paard.
Dit
kan later verder verfijnd worden zodat het paard ook
achterwaarts stapt als je alleen de stemhulp geeft, of
in de derde positie loopt en je daar omdraait en in de
richting van de achterhand stapt. Met deze methode
hoeft het halstertouw niet opgenomen te worden en
wordt er ook geen druk op het lichaam uitgeoefend.
Zwaaiend halstertouw
Paarden hebben een hekel aan zwaaiende of vibrerende
hulpen bij hun hoofd. Hier kan gebruik van worden
gemaakt bij het achterwaarts sturen. Je bevindt je in
de eerste positie op een duidelijke afstand vóór het
paard. Om hem achterwaarts te laten stappen zwaai je
het doorhangende halstertouw heen en weer waarop hij
uit zal wijken naar achteren. Ook hier wordt de eerste
pas direct beloond. Als het paard de oefening kent is
het licht opheffen of laten slingeren terwijl je op
het paard af stapt vaak al voldoende om het paard een
serie passen achterwaarts te laten maken.
Hoewel paarden de oefening met deze methode snel leren
en vanaf het begin vlot achterwaarts stappen is het
nadeel ervan dat deze beweging, door het zwaaiende
touw, vaak met opgeheven hoofd en dus weggedrukte rug
gepaard gaat.
Druk
tegen de borst
Veel
paarden leren al jong dat het de bedoeling is dat ze
wijken voor druk en er niet tegen in moeten gaan
hangen. Een paard kan geleerd worden achterwaarts te
bewegen door vanuit de tweede positie een hand op de
borst van het paard te leggen. Hier oefen je zachtjes
met je vingers een pulserende druk uit. Het paard zal
een pas achterwaart proberen om de druk te vermijden.
Belangrijk is bij deze methode dat je nooit in de
verleiding raakt kracht achter de aanraking te zetten.
Ook hier is het aanraken met de hand slechts een
signaal, en geen dwangmiddel. Zou je druk uitoefenen,
dan zou het paard terug gaan duwen en zo leren hoe hij
zijn kracht in kan zetten tegen de mens.
Om
het verschil met de Spaanse pas duidelijk te maken is
het beter om voor het achterwaarts gaan de hulp met
vlakke hand in plaats van met een vinger te geven. Dat
laatste heeft namelijk veel weg van de zweephulp tegen
de borst voor de Spaanse Pas en kan zo voor verwarring
kan zorgen.

De voortbeweging van
de gangen.
De stap :
De draf
:
De galop en de rengalop :

De gangen : Hoe zitten ze in elkaar ?
De stap
is een 4-tempogang waarbij het paard steeds drie
hoeven op de grond heeft. Het paard zet de benen in de
volgende volgorde neer : linksachter, linksvoor,
rechtsachter, rechtsvoor. Om te laten zien dat je
paard ontspannen en soepel is, moet de staart zacht
zwaaien.
De hulpen voor de stap : Begeleidt het paard
met zit, kuiten en teugels in het correcte ritme van
de beweging. U kunt de stap ruimer maken door op het
moment waarop een achterbeen van het paard naar voren
gaat, met uw been achter de singel in te werken.
De draf
is een 2-tempogang. Het paard moet licht van het ene
diagonale paar benen op het andere springen en
daartussen is er een moment dat alle benen in de lucht
zijn. De volgorde is : linksachter gelijktijdig met
rechtsvoor; zweefmoment; rechtsachter gelijktijdig met
linksvoor.
De hulpen voor de draf : Sluit beide kuiten aan
het paard en volg met uw lichaam de bewegingen.
Beheers de voorwaartse impuls met lichte spanning in
de teugels. Met het kruis, de benen en de teugels
geeft de ruiter het tempo aan. De ruiter kan
doorzitten of lichtrijden.
Doorzitten : Bij het doorzitten in de draf
blijft de ruiter in het zadel zitten. Zit recht in het
zadel en denk aan uw houding. Dit vergemakkelijkt het
doorzitten. Bij het doorzitten geven vooral de heupen
van de ruiter het tempo aan.
Lichtrijden : Bij het lichtrijden komt de
ruiter uit het zadel en gaat hij zitten op het ritme
van de drafpassen. Wanneer in een rijbaan lichtgereden
wordt, moet de ruiter uit het zadel komen op het
ogenblik dat het binnenvoorbeen van het paard naar
achteren gaat. Of alsnog het buitenvoorbeen van het
paard naar voren gaat. Dit noemen we lichtrijden op
het goede been. (Tijdens een wandeling weet je niet op
welk been je moet rijden dus verander dan ongeveer om
de 3 min. van been.) Bij het lichtrijden geeft de
ruiter het tempo aan telkens hij uit het zadel komt.
De galop
is een 3-tempogang waarbij het paard zijn hoofd en nek
ritmisch met de gang mee beweegt. Eén van de
achterbenen gaat omhoog, gevolgd door het andere
achterbeen met het diagonale voorbeen en tenslotte het
andere voorbeen. In de rechtergalop is de beenzetting
als volgt : linksachter, rechtsachter en linksvoor
gelijktijdig, rechtsvoor, zweefmoment. In de
linkergalop is dit precies andersom.Het beste is het
in een hoek aan te galopperen, omdat dan het paard
vrijwel niet in de verkeerde galop kan aanspringen.
De hulpen voor de galop : Geef een halve
ophouding aan, houd binnenbeen op de singel en
buitenbeen iets achter de singel, de binnenteugel
vraagt een lichte stelling. De buitenteugel begrenst
de inwerking van de binnenteugel en onderhoudt de
balans.
Tijdens een buitenrit kan je je paard in z'n
lievelingsgalop laten gaan. Meestal is dit de
linkergalop. Tenzij er tijdens het galopperen enkele
bochten aankomen dan vraag je de galop in de richting
van de bochten. Ga niet in contra-galop af op de
bochten, ook al kan uw paard dit heel goed. Het is en
blijft een wandeling.

Variaties van gangen.
- arbeidspassen : Dit zijn in het algemeen de
natuurlijke passen van het paard voordat hij training
heeft gehad. Hij moet gehoorzaam, ontspannen en in
balans zijn en met energie bewegen.
- verzamelde passen : De 3 grote gewrichten in de
achterhand, heup, kniegewricht en spronggewricht, zijn
meer gebogen en de benen zijn bij elke pas onder het
lichaam. Het paard beweegt korter en ronder dan in de
arbeidsgang.
- middenpassen : Het paard neemt langere stappen dan
bij de arbeidsgang, maar nog niet zo lang als hij kan.
Hij moet met veel energie bewegen zodat hij langere
stappen kan nemen.
- gestrekte passen : Het paard loopt met maximale
energie en met de grootst mogelijke passen.
(zie foto's onder)
De halve ophouding.
Bij het dressuurrijden wordt met de
term 'halve ophouding' een verzamelende inwerking
bedoeld, zijnde een inwerking die tot resultaat moet
hebben dat de achterbenen van het paard meer gewicht
gaan dragen waardoor de voorbenen ontlast worden en
het paard de voorhand kan oprichten. Het doel (van de
halve ophouding) is de aandacht en het evenwicht van
het paard te bevorderen voordat men hem vraagt
bepaalde bewegingen of overgangen naar langzamere of
snellere gangen te maken. Deze wordt vaak verwart met
de "hele ophouding" (*).
De hulpen voor de halve ophouding : Zit diep en
recht in het zadel, druk de kuiten aan en drijf tegen
een vriendelijke hand. Trek het kruis aan en ontspan
de handen wanneer het paard gehoorzaam is. U kunt nu
de hulpen geven voor de volgende beweging of het tempo
bewaren.
(*) = de "hele ophouding" betekent dat het paard tot
stilstaan, danwel halthouden, wordt gebracht.
De eenvoudige galopwisseling.
Bij deze beweging begint u, bv., in
galop links, maak de overgang naar stap, en na twee of
drie passen in stap springt u aan in galop rechts.
De hulpen voor de eenvoudige galopwisseling
links-rechts : Zit rechtop in het zadel en maak
een halve ophouding tot stap. Laat twee passen in stap
toe. Pas de hulpen voor de galop links toe :
linkerkuit op de singel; rechterkuit iets achter de
singel; een lichte stelling links; rechterteugel
onderhoudt de balans. Houd voorwaartse galop aan op
dit been.
De
contra-galop.
De contra-galop is een galop rond de
rijbaan of op de volte, waarbij het buitenvoorbeen
voorgrijpt.

Wending om de achterhand
De wending om de
achterhand is een kwart cirkel op twee hoefslagen,
waarbij de lengte van het paard bepaalt hoe groot de
cirkel mag worden. Het buitenachterbeen stapt om het
stappende binnenachterbeen heen tot de wending
voltooid is.
Wending om de voorhand
De wending om de
voorhand is een kwart cirkel op twee hoefslagen,
waarbij de lengte van het paard bepaalt hoe groot de
cirkel mag worden. De eenzijdige kuithulp zorgt ervoor
dat de achterhand om de voorhand wendt.
Begin van de arbeid op twee
hoefslagen.
De keertwending om de voorhand :
Bij een keertwending om de voorhand beweegt het
paard vanuit halthouden een halve cirkel naar links
of naar rechts om de voorhand, waarbij het
binnenvoorbeen als spil dient en derhalve zo veel
mogelijk op de plaats blijft.
De hulpen voor de keertwending om de voorhand op
de rechterhand :
Maak een halve ophouding en druk de linkerkuit
achter de singel. Leg de rechterkuit op de singel om
de drang naar voren te onderhouden. Zodra het paard
zijwaarts gaat voor de linkerkuit controleer met de
teugels, maar laat de beweging door. Het paard wordt
gebogen in de richting waarheen het hoofd beweegt.
De keertwending om de achterhand :
Bij een keertwending om de
achterhand beweegt het paard vanuit halthouden een
halve cirkel naar links of naar rechts om de
achterhand, waarbij het binnenachterbeen als spil
dient en derhalve zo veel mogelijk op de plaats
blijft. De keertwending om de achterhand is het
begin van de leerfase voor de pirouette.
Keertwending om de voorhand
Bij de keerwending
om de voorhand, beweegt het paard vanuit het
halthouden een halve cirkel naar links of naar rechts
om de voorhand, waarbij het binnenbeen als spil dient
en derhalve zo veel mogelijk op de plaats blijft.
Vervolgens kruist het binnenachterbeen voor het
buitenachterbeen langs om een draai van 180 graden te
maken. De keerwending kan ook zeer goed gebruikt
worden bij een buitenrit, bijvoorbeeld wanneer je een
hek moet open maken.
Zijgangen
Bij de uitvoering
van zijgangen beweegt het paard zich met de voorhand
en de achterhand op verschillende hoefslagen in een
voorwaarts-zijwaartse beweging. Zijgangen hebben als
doel het lichaam van het paard soepel en buigzaam te
maken.
Wijken
voor het been
Het
wijken voor het been is een oefening waarbij het paard
zich voorwaarts-zijwaarts beweegt. Het paard wijkt
zijwaarts voor de druk van het been en kijkt hierbij
iets tegengesteld aan de richting waarheen het gaat.
Het paard dient zo veel mogelijk parallel aan de
zijden van de rijbaan te blijven. De hals mag niet te
veel gebogen zijn, het hoofd mag niet kantelen en het
paard dient regelmatig te bewegen.
De
teugels zorgen voor de juiste stelling. Het buitenbeen
ondersteunt en zorgt dat het paard naar de goede kant
blijft lopen.
Wijken is gewoon heel erg moeilijk, als je het nog
niet kan, maar als je het eenmaal kan en je paard het
ook kan is het super makkelijk :)
Wijken voor de kuit :
Dit is een
oefening waarbij het paard zich voorwaarts-zijwaarts
beweegt. Het paard wijkt zijwaarts voor de druk van
het been en kijkt hierbij iets tegengesteld aan de
richting waarheen het gaat. Daarbij mag de hals niet
te veel gebogen zijn, het hoofd niet kantelen en dient
het paard regelmatig te gaan. Het paard dient zo veel
mogelijk parallel aan de zijden van de rijbaan te
blijven. De benen kruisen voorlangs en zijwaarts.
De hulpen voor het wijken voor de
linkerkuit :
Vanuit stap of draf maakt u een
halve ophouding en u drijft het paard voorwaarts met
de zit. Druk de linkerkuit achter de singel en leg de
rechterkuit op de singel om te voorkomen dat het paard
opzij valt. Gebruik de rechterteugel om het paard op
beide schouders te houden en geef een lichte buiging
links aan.
Wijken voor de kuit op 2
verschillende manieren :
1. Wijken van
de muur of wijken naar de muur.
2. Wijken met hoofd naar de muur gericht.
1.
2.
 
Schouder-voor
Schouder-voor is de
makkelijkste en een van de eerste zijgangen die
geleerd wordt. Hierbij wordt de voorhand licht naar
binnen gebracht, zodat het binnenachterbeen en het
buitenvoorbeen op één lijn zijn. Deze oefening vraagt
minder buiging en verzameling dan de
schouder-binnenwaarts.
Schouder-voor :
De schouder-voor is een van de
eerste zijgangen die geleerd worden. Hierbij wordt de
voorhand licht naar binnen gebracht, zodat het
binnenachterbeen en het buitenvoorbeen op één lijn
zijn. Deze oefening vraagt minder buiging en
verzameling dan de schouderbinnenwaarts.
Schouder-binnenwaarts
Bij de
schouderbinnenwaarts beweegt het paard zich op twee
hoefslagen met drie sporen en een stelling die
tegengesteld is aan de bewegingsrichting. De
achterhand blijft op de hoefslag en de voorhand wordt
licht naar binnen gebracht, waardoor het paard licht
gebogen is om het binnenbeen van de ruiter.
Verdere arbeid op twee
hoefslagen :
Schouderbinnenwaarts :
Bij de schouderbinnenwaarts beweegt het paard zich op
twee hoefslagen met drie sporen en een stelling die
tegengesteld is aan de bewegingsrichting.
De achterhand
blijft op de hoefslag en de voorhand wordt licht naar
binnen gebracht, waardoor het paard licht gebogen is
om het binnenbeen van de ruiter. Het buitenvoorbeen en
het binnenachterbeen zijn hierbij op één lijn. Het
voorbeen aan de binnenzijde van het paard kruist dat
aan de buitenzijde.
De hulpen voor de schouderbinnenwaarts : Maak
een halve ophouding en breng de voorhand van het paard
iets naar binnen van de hoefslag met binnenkuit en
binnenteugel, ondersteund met de buitenteugel.
Drijf voorwaarts met de zit en leg
de buitenkuit iets achter de singel om het uitzwaaien
van de achterhand te beletten. Zit stil tijdens deze
beweging.

Dressuuroefeningen voor gevorderden
Travers
Travers is een
zijgang op twee hoefslagen met vier sporen, waarbij
het paard kijkt in de richting waarheen het gaat. Elk
been heeft een eigen spoor. Bij de travers blijft de
voorhand op de hoefslag en wordt de achterhand naar
binnen gebracht. je doet het bijvoorbeeld op de
rechterkant dus dan doe je je 2 handen naar rechts en
speel je op de linker teugel dat hij zijn hooft buigt
naar links je doet je rechter been naar achteren en je
Pony of paard zit in travair.
Renvers
De renvers is een
zijgang waarbij de voorhand naar binnen wordt gebracht
en de achterhand op de hoefslag blijft. Het paard is
gebogen om het buitenbeen van de ruiter. Evenals de
travers wordt deze oefening op twee hoefslagen met
vier sporen uitgevoerd.
Travers en renvers
:
De travers :
De travers is een zijgang op twee hoefslagen met vier
sporen, waarbij het paard kijkt in de richting
waarheen hij gaat. Elk been heeft een eigen spoor. Bij
de travers blijft de voorhand op de hoefslag en wordt
de achterhand naar binnen gebracht. Het paard is
hierbij om het binnenbeen van de ruiter gebogen. Het
paard kruist met zijn buitenbenen voor die aan de
binnenzijde langs. De hoek van de beweging bij een
travers is groter dan bij de schouderbinnenwaarts.
De hulpen voor de travers : Geef een
halve ophouding voor de hoek van de rijbaan. Leg het
binnenbeen op de singel om het paard omheen te buigen
en voorwaarts te rijden. Vraag een binnenstelling met
binnenteugel. Leg het buitenbeen achter de singel om
de achterhand mee te nemen. Gebruik de buitenteugel om
paard in balans en juiste buiging te houden.
De renvers
:
De renvers is een zijgang waarbij de voorhand naar
binnen wordt gebracht en de achterhand op de hoefslag
blijft. Het paard is gebogen om het buitenbeen van de
ruiter. Zoals de travers wordt deze oefening op twee
hoefslagen met vier sporen uitgevoerd.
De hulpen voor de renvers : Geef een
halve ophouding. Gebruik de binnenteugel om de
voorhand naar binnen te brengen. Leg het buitenbeen op
de singel om het paard omheen te laten buigen. Leg het
binnenbeen achter de singel om de achterhand op de
hoefslag te houden. Gebruik de buitenteugel om
stelling te verkrijgen, terwijl de binnenteugel de
balans en de voorhand controleert.
Appuyement
Bij het appuyeren
verplaatst het paard zich in een voorwaarts-zijwaartse
richting op twee hoefslagen. Daarbij is het paard
licht gebogen gesteld in de richting van de beweging.
Het appuyeren
:
Bij
het appuyeren verplaatst het paard zich in een
voorwaarts-zijwaartse richting op twee hoefslagen.
Daarbij is het paard licht gebogen en gesteld in de
richting van de beweging. Het zet de buitenbenen voor
de binnenbenen langs. De voorhand wordt voorwaarts
geleid door de teugels en de achterhand wijkt voor de
eenzijdige kuitdruk. Het houdt zijn lichaam vijwel
parallel aan de zijden en tilt zijn benen goed op.
De hulpen voor het appuyeren rechts : In
stap, draf of galop maakt u een halve ophouding en
kijkt u in de richting waarheen u gaat. Plaats het
rechterbeen op de singel, zodat het paard zich hierom
kan buigen en om het voorwaarts te rijden, indien
nodig. Vraag rechterstelling met rechterhand en plaats
uw linkerbeen achter de singel vor de zijwaarts
beweging. De linkerteugel gebruikt u om het tempo en
de balans van het paard te onderhouden en voor de
juiste buiging te bewaren..

Schakel
De schakel is een
oefening in het achterwaarts gaan voor gevorderden.
Het paard gaat een vooraf gesteld aantal passen
achterwaarts, een vast aantal passen voorwaarts en
weer een vast aantal passen achterwaarts, alvorens
verder te gaan. De wisseling van achterwaarts naar
voorwaarts en andersom moet vloeiend verlopen, zonder
hapering.
Pirouette
Bij een pirouette
maakt het paard een draai van 360 graden. De voorhand
beschrijft een cirkel en de achterhand blijft zo veel
mogelijk op één plaats. Deze oefening vraagt een
maximale coördinatie, zowel van paard als van ruiter.
Omdat een paard van nature geneigd is om zijn
middenhand te draaien, moet het sterk verzameld worden
om de spil bij de achterhand te leggen.
Pirouettes
:
Pirouette in stap :
Bij de pirouette in stap moeten de passen actief en
goed voorwaarts gereden worden. Houd altijd de buiging
in de richting van de beweging. Wanneer de oefening is
voltooid moet het paard voorwaarts gereden worden op
een rechte lijn. Binnenbeen en buitenteugel laten het
paard ophouden met de pirouette, maar de ruiter moet
zorgen in het ritme van de passen te drijven en het
paard niet opeens op een rechte lijn te jagen.
De pirouette in
galop :
Bij de pirouette in galop - die zowel een draai van
180° (halve pirouette) als een van 360° (hele
pirouette) kan inhouden - is het paard gebogen in de
richting van de beweging en gaat met zeer hoge,
verzamelde passen. De achterhand zakt. Een goede halve
pirouette bestaat uit drie galoppassen, en een goede
hele pirouette bestaat uit vijf of zeven galoppassen.
De pirouette in galop vraagt zeer grote inspanning van
het paard, de hele pirouette moet dus niet te vaak
gevraagd worden.
De hulpen voor de pirouette in galop rechts
: Geef een halve ophouding in verzamelde galop.
Richt u op en leg het rechterbeen op de singel om het
paard omheen te laten buigen en om het binnenbeen
actief te houden. Leg het linkerbeen achter de singel
en gebruik de rechterteugel voor stelling en richting
aan te geven. De linkerteugel controleert de
buitenschouder. Kijk in de richting van de beweging.
Contragalop
De contragalop is
een galop rond de rijbaan of op de volte, waarbij het
buitenvoorbeen voorgrijpt. Deze oefening vergt veel
lenigheid van een paard.
Changement
Wanneer het paard op
de hulpen van de ruiter tijdens het zweefmoment
omspringt van de ene galop in de andere, spreken we
van changement. Tijdens deze oefening, die ook wel
vliegende galopwisseling wordt genoemd, moet het paard
lichtvoetig blijven en de impuls bewaren.
De contra-galop
:
Deze oefening is zeer belangrijk
voor de africhting van uw paard. Een paard dat op de
juiste wijze is afgericht en gehoorzaam aan de
galophulpen is, moet met deze oefening geen moeite
hebben. De contra-galop en het eenvoudig changement
(zie deel 1 : DE GANGEN ) moeten beide geoefend
worden, voordat men begint aan het vliegend
changement.
De hulpen voor de contra-galop rechts op hoefslag
links : Rijd rond de rijbaan in arbeids- of
verzamelde galop, buitenvoorbeen voorgrijpend. Geef
vlak voor de hoek een halve ophouding om het paard in
evenwicht te brengen, zodat het in contra-galop door
de hoek kan gaan. Houd het rechterbeen op de singel om
het paard voorwaarts te rijden en te helpen een lichte
buiging rechts te verkrijgen. Houd het linkerbeen
achter de singel om de rechtergalop aan te geven.
Gebruik de rechterteugel om de stelling in de richting
van het leidende voorbeen te controleren en te
behouden. Gebruik de linkerteugel om het evenwicht te
bewaren en het paard door de hoeken te sturen of op de
volte te houden
Het
vliegend changement :
Wanneer het paard op de hulpen van de ruiter tijdens
het zweefmoment omspringt van de ene galop in de
andere, spreken we van een changement of
galopwisseling. Het omspringen dient altijd met voor-
en achterbenen op hetzelfde moment te gebeuren. Het is
dus verkeerd wanneer de voorbenen na de achterbenen
wisselen of omgekeerd. Een voorbereiding op deze
oefening is de eenvoudige galopwisseling of eenvoudig
changement.
De hulpen voor het vliegend changement : Geef in
de rechtergalop een halve ophouding. Breng het
linkerbeen iets naar voren en ontspan deze. Het
rechterbeen brengt u achter de singel om het paard
attent te maken om het naar de linkergalop te brengen.
Rijd goed voorwaarts met de zit maar verlicht deze op
het moment van changeren.
Zigzag-appuyementen
Zigzag appuyementen
zijn een serie appuyementen gereden aan beide zijden
van de middellijn in een vast patroon van zo veel
passen naar links, zo veel passen naar rechts,
enzovoort. Vaak worden zigzag-appuyementen over de
middellijn gereden. De ruiter kan dan bijvoorbeeld
vier passen appuyement naar links rijden, een
changement uitvoeren, acht passen appuyement naar
rechts geven, weer changeren en ten slotte vier passen
naar links appuyeren om weer op de middellijn te
komen. De passen dienen steeds even ver van de
middellijn te komen.
De zig-zag in galop
:
De zig-zag in galop of
zigzag-appuyementen zijn een serie appuyementen
gereden aan beide zijden van de middellijn in een vast
patroon van zo veel passen naar links, zo veel passen
naar rechts enz. Vaak worden zigzag-appuyementen over
de middellijn gereden. De ruiter kan dan bijvoorbeeld
vier passen appuyement naar links rijden, een
changement uitvoeren, acht passen appuyement naar
rechts geven, weer changeren en ten slotte vier passen
naar links appuyeren om weer op de middellijn uit te
komen. In de Grand Prix is het vereiste aantal passen
drie en zes.
Changementen
in serie
Changementen in
serie zijn galopswisselingen die in vaste series
worden uitgevoerd. Dit kan zijn om de vier, drie en
twee passen en zelfs om de pas. Om een goed changement
uit te voeren dient het paard te beschikken over een
grote sprongkracht. Hierdoor wordt de zweeffase
tijdens de galop langer en heeft het paard meer tijd
om zijn benen 'om te zetten'.
Vliegende changementen in serie of à
tempo
:
Changementen in serie zijn galopwisselingen die in
vaste series worden uitgevoerd. Dit kan zijn om de
vier, drie en twee passen en zelfs om de pas. Om een
goed changement uit te voeren, dient het paard te
beschikken over een grote sprongkracht. Hierdoor wordt
de zweeffase tijdens de galop langer en heeft het
paard meer tijd om zijn benen 'om te zetten'.
De hulpen voor de changementen à tempo :
Voor de changementen om de pas houdt u de beide benen
tegen de flanken aan. Terwijl u van de ene galop naar
de andere gaat, ontspant en spant u vanzelf de druk
van de kuit.
Voor de changementen om de twee, drie en vier pas
houdt u het paard in galop tot u wilt changeren, dan
geeft u krachtig de hulpen.
Zoek je een
Ruitersport Artikel met 24 uurs levering?
Tot
70% Voordeel ? Klik Hier
Passage
De passage is een
sterk verzamelde draf, waarbij de voorhand hoog wordt
opgeheven en de achterhand extra wordt ondergebracht.
De passage heeft een uitgesproken zweefmoment.
Hierdoor lijkt het alsof het paard in slowmotion gaat.
De passage
:
De passage is een sterk verzamelde
draf, waarbij de voorhand hoog wordt opgeheven en de
achterhand extra wordt ondergebracht. De passage heeft
een uitgesproken zweefmoment. Hierdoor lijkt het alsof
het paard in slowmotion gaat.
De hulpen voor de passage : Geef een
halve ophouding in stap, draf of piaffe. Verlicht uw
zit en leg beide benen dicht om uw paard. Rijd het
paard voorwaarts met zit- en beenhulpen in ritme met
de passen van de passage.
De handen controleren het evenwicht en het tempo van
de snelheid en het ritme van de passen.


Piaffe
De
piaffe is de verzamelde draf op de plaats. Bij deze
oefening worden de benen diagonaalswijs opgetild en
neergezet in een verende draf, waarbij het paard op
één plaats blijft. De piaffe is één van de zwaarste en
moeilijkste dressuuroefeningen. Het paard moet zijn
vier benen even hoog optillen om als het ware van de
ene stap in de andere te springen. Daarbij wordt de
achterhand omlaag gebracht tot een houding die op
zitten lijkt.
De piaffe
:
De piaffe is de verzamelde draf op de plaats.
Bij deze oefening worden de benen diagonaalsgewijs
opgetild en neergezet in een verende draf, waarbij het
paard op één plaats blijft. De piaffe is een van de
zwaarste en moeilijkste dressuuroefeningen. Het paard
moet zijn vier benen even hoog optillen om als het
ware van de ene stap in de andere te springen. Daarbij
wordt de achterhand omlaag gebracht.
De hulpen voor de piaffe :
Geef een halve ophouding en rijd het paard voorwaarts
met een licht recht bovenlichaam en zit en hele lichte
teugelhulpen. Beenhulpen moeten zacht en zwaaiend
zijn. De ruiter moet op het paard afgaan; als het
goede passen maakt moeten lichte, diagonale hulpen
gegeven worden. Als het paard 'kleeft' gebruikt u
beide benen tesamen in het ritme van de passen om meer
impuls te krijgen, maar de passen niet te versnellen.

|
|
|
Huppa Ruitersport
|
www.huppa.nl
Groot assortiment bij Huppa
Ruitersport
meer dan 6000 ruiterstport
artikelen!
Rijlaarzen van Petrie, Pfiff,
Rijlaarzen Norton, Equi Theme laarzen,Apollo kortom een
rijlaars voor iedereen. Ook Thermo rijlaarzen, Training
lederen rijlaarzen en vrije tijds rijlaarzen.
Groot assortiment Rijbroeken
van Pfiff, Nedhorse rijbroeken Elegance, Ekkia, Equi Theme
rijbroeken, Randols, Belstar, Nedhorse.Kortom voor iedere
ruiter is een rijbroek te vinden
Jodphur rijbroeken,
kinderrijbroeken, Heren en dames rijbroeken.
Rijbroeken van maat 116 tot 48. Je vindt je rijbroek bij
Huppa.nl
Zadels in alle soorten en
maten, Dressuurzadels van de merken Pfiff, Amaretto, Bates,
Norton, Wintec, Pessoa, Eric Thomas, kortom voor iedereen
een dressuurzadel in elke prijsklasse
Veelzijdigheidszadels vanaf
150 euro tot super de luxe zadels van Bates met Cair ook
hier kun je voor een VZH zadel altijd bij ons terecht.
Groot assortiment
Springzadels, zo hebben we een springzadel van Eric Thomas
in het assortiment maar ook een budget springzadel van Pfiff
Rijkleding in alle soorten en
maten betaalbare rijkleding maar ook een prachtige collectie
van Nedhorse rijbroeken
Ook voor western kun je bij
huppa je hart ophalen, westernzadels, western hoofdstellen,
western blanket, westernpads, western hoeden noem het maar
op
Nieuw in het assortiment is
een lijn voor endurance en ijslanders, endurance veiligheid,
ijslanderzadel, ijslander hoofdstellen etc.
Hoofdstellen en hulpteugels
het grootste assortiment van Nederland, zoek je een
hoofdstel of een speciale hulpteugel dan zit je bij huppa
ruitersport goed. Ook uitleg over de verschillende
hulpteugels kun je op de site vinden.
Bitten en Stangen,
van enkel gebroken bit tot western shang, binnenkort een
eigen lijn van bitten en stangen nog voordeliger. Ook voor
mennen hebben we een groot assortiment liverpool stang en
vele andere modellen
Paardendekens in
fleecedekens, winterdekens, regendekens, vliegendekens,
eczeemdekens, mendekens, uitrijdekens van mini mini maat tot
shire maat
Paardendekens in fleecedeken,
winterdeken, regendeken, vliegendeken, eczeemdeken, mendekes,
uitrijdekes van mini mini maat tot shire maat
Jodhur schoenen,
veterlaarsjes, rijlaarzen, stalschoenen, petrie rijlaarzen,
equi theme rijlaarzen
Rijhelm, Cap of helm keuze
genoeg bij huppa ruitersport
Luxe rijhelm van Kavalkade, verstelbare rijhelm van Equi
theme, rijhelmen van budget tot super de luxe. zoek je een
Cap ? bij ruitersport huppa kun je hem vast vinden
verder kunnen we je een groot
assortiment halsters en halstertouwen aanbieden, van roze
halster tot touwhalster, van lederen halster tot budget
halster
ook beenbescherming hoort bij
een goede uitrusting, peesbescherming, strijklappen,
bandages, maar ook peesbescherming voor het behandelen van
een blessure
Nieuw in het assortiment zijn
de hondendekens, een hondedeken voor je tekkel maar ook voor
grotere honden, ook honden speelgoed hebben we bij huppa
ruitersport
dan natuurlijk de
schabrakken, pads en onderleggers voor zadels. Om de rug van
je paard te beschermen zorg je voor een goed schabrak.
Beugels en beugelriemen zijn
vaak een ondergeschoven kindje terwijl een goede kwaliteit
beugels en beugelriemen van groot belang zijn. voor de
optimale veiligheid en beenligging raden we een goede
combinatie van beugels en beugelriemen aan.
Mentuigen van recreatie
mentuig tot marathontuig, wil je een tuig dan zoek je bij de
ruitersportwinkel die een eerlijk advies geeft en een groot
assortiment mentuigen heeft
maar natuurlijk is ook een
poetskist, borstels en hoevenkrabbers van groot belang
Huppa ruitersport is ook je
adres voor bestrijding van Mok en Rasp, zomereczeem,
angstige paarden en paarden die last hebben van arthrose of
gewrichts en peesklachten alles op natuurlijke basis
http://www.huppa.nl//
De vioolspin
(Loxosceles reclusa) is een
spin
uit de familie
vioolspinnen
(Sicariidae).
De
vioolspin is lichtbruin van kleur en wordt ongeveer 1,5
centimeter lang. De naam is te danken aan de donkere,
viool-achtige
vlek op het rugschild. Het is een van de giftigste spinnen
en is erg berucht in de
Verenigde Staten
waar de spin voorkomt. Het gif vernietigt weefsels waardoor
deze afsterven. Net als de in Nederland en België
voorkomende
huisspin
schuwt de vioolspin de mens niet: de spin duikt regelmatig
op in huizen zoals tussen het beddengoed.
Vioolspin (Loxosceles Reclusa)
De vioolspin
staat ook bekend in het buitenland met de naam "Brown
Recluse". Mannetjes zijn maximaal 1,3 cm en het wijfje tot
1,5 cm. Het zijn lichtbruine spinnen. Op het rugschild staat
een vioolvormige, donkerbruine tekening. Vioolspinnen zijn
in de nacht actief en spinnen een slordig, horizontaal web.
Hij leeft in huis en kruipt rond in kleren en beddengoed.
Van de Verenigde Staten tot in Zuid-Amerika leven deze
spinnen onder stenen en in huizen. Ze komen ook in Afrika,
Europa en Azië voor.

Na wederzijds 'getrommel' op het grondweb van het vrouwtje
volgt een vrij snelle paring. De cocon, met 100 à 150
eieren, wordt in het web bewaakt en komt na ± 5 maanden uit.
Het gif van
deze
vioolspin (Loxosceles reclusa)
kan weefsels verwoesten en zweren en gangreen veroorzaken.
In Amerika hebben beten van de loxosceles-spinnen zweren
veroorzaakt, vooral in de buurt van de wond, en in enkele
gevallen zelfs tot de dood van mensen geleid. Ze hebben een
weefseloplossend gif. Slachtoffers ontwikkelen op de gebeten
plek een wond waarop een korst ontstaat. Als deze afvalt, is
de wond eronder nog dieper. Verbetering vindt plaats na
enkele maanden, soms pas na huidtransplantatie.
Posted by admin
On augustus -
1 - 2009
In
Frankrijk is een heel zeldzame en levensgevaarlijke spin
opgedoken. Het gif van de spin zou even dodelijk zijn
als dat van een cobra. Een Franse man mocht dat aan de
lijve ondervinden. Na een beet van dit ogenschijnlijk
onschuldige spinnetje moest hij in het ziekenhuis voor
zijn leven vechten. Dat meldt de Telegraph.
Siesta
De 59-jarige François Inderchit hield een siësta op zijn
bed toen hij plots gebeten werd door een
vioolspin (Loxosceles
reclusa).
Het was veel fellere beet dan die van een mug, dus hij
schoot meteen recht en zag de spin op zijn bed zitten.
In zijn beweging had hij de spin al gedood. Hij zag een
rood puntje op zijn huid, maar maakte zich verder geen
zorgen.
Enorme
wonden
Die avond begonnen zijn tanden te klapperen, ontwikkelde
hij hoge koorts en moest hij braken. Tegen de volgende
ochtend troffen zijn vrouw en dochter hem nog amper bij
bewustzijn aan. Hij werd per ambulance naar het
ziekenhuis gevoerd. Binnen de 24 uur vormde zich rond de
beet een gapende wonde van 15 centimeter lang, drie
centimeter breed en één centimeter diep. Zonder medische
hulp was hij enkele uren later zonder twijfel overleden.
Maar welke spin was in staat om met één beet zo zwaar
toe te slagen? Volgens het antigifcentrum van Marseille
ging het om de
vioolspin (Loxosceles
reclusa).
Die komt normaal gezien niet in Frankrijk voor en leeft
vooral in de Verenigde Staten en rond de Golf van
Mexico. Daar is de spin heel berucht. Net zoals
huisspinnen bij ons duikt de vioolspin er regelmatig
tussen het beddengoed op. Een beet van de spin is echter
veel fataler: het gif beschadigt weefsels die vervolgens
afsterven.
Herstel
Na een beet duurt het maanden om te herstellen. François
Inderchit mag zich nog gelukkig prijzen, want soms komt
er plastische chirurgie aan te pas of moet er een
lichaamsdeel geamputeerd worden. Bovendien is de beet
dodelijk als het gif een vitaal orgaan bereikt. De
Franse politie stelt dat er geen bewijs is dat de
vioolspin de oorzaak van de wonde is en weigert
voorlopig een medische waarschuwing uit te sturen. De
dokters die Inderchit behandelen, zijn echter overtuigd
dat de zeldzame vioolspin de boosdoener is.
31/07/09 17u45
Bron:http://www.hln.be/
De jongste
weken duiken steeds meer mails op die waarschuwen voor de
verspreiding van een giftige Zuid-Afrikaanse spin de
vioolspin (Loxosceles reclusa)
De beet zou bijzonder gevaarlijk zijn en er wordt aangeraden
om in zo’n geval binnen het kwartier naar een ziekenhuis te
gaan omdat anders
een amputatie
onvermijdelijk zou zijn.
Wie zo’n mail krijgt,
verwijdert die het best meteen uit zijn mailbox want het
bericht hangt aaneen van leugens en halve waarheden. De
vioolspin is niet
afkomstig
uit Zuid-Afrika
maar
uit Amerika.

In ons land komt het dier
niet voor. Volgens Leon Baert, spinnenspecialist
van
het Museum voor Natuurwetenschappen
in Brussel, is de vioolspin
nog nooit waargenomen in
onze streken.
Wat
wel waar is, is dat een beet van de spin pijnlijk is en
verzorging behoeft. Het gif kan de huid doen wegrotten, met
blijvend letsel tot gevolg.
Indien dit niet wordt verzorgd kan
gangreen
optreden. De spin is dus niet
ongevaarlijk maar voor de Amerikanen weliswaar.
|
|
|
|
|